RK BEGRAAFPLAATS AAN DE GOOWEG
Begraafplaatsbeheerder: de heer Leen van der Zalm, 06-53361720

In vroeger tijden werden de doden meestal begraven in de tuin (hof) van de kerk, het kerkhof. In veel dorpen tref je dergelijke plaatsen nog aan. De situatie in Noordwijk belette dat en daarom heeft de parochie naar een andere plaats gezocht. Zo werd in 1884 een perceel grond gekocht, gelegen naast de buitenplaats Calorama. Een bijzondere locatie, omdat daar volgens overlevering de H. Jeroen in 856 de marteldood is gestorven. In de Leidsche Courant van 20 mei 1989 werd beschreven, dat bij het geschikt maken van het terrein voor de nieuwe bestemming, men in de winter van 1887-1888 gebruik heeft gemaakt van de diensten van honderd werklozen. De uitvoering gebeurde als een werkverschaffingsproject, tegen een dagloon van tachtig cent. Uiteindelijk zijn de kapel en de begraafplaats in mei 1889 in gebruik genomen, met de inwijding van de kapel door pastoor Van Houten. In 1923 onderging de begraafplaats een belangrijke uitbreiding. Opnieuw door middel van een project van werkverschaffing. In die periode was er een grote werkloosheid onder de vissers, zodat zij veel werk aan deze uitbreiding hebben verricht. Overigens is de begraafplaats daarna nog twee maal uitgebreid.

Bij gelegenheid van het eeuwfeest stond er een informatief artikel in ‘de Noordwijker’, dat we gebruiken als bron voor enkele bijzonderheden. Tussen de hoofdingang en de kapel staan in een cirkel twaalf grote beuken, ook wel de twaalf apostelen genoemd. Daarbinnen ligt het grafmonument voor de priesters van de parochie. Rond 1930 is het graf opgeluisterd met een monument. Pastoor Van der Horst was de eerste, die in deze kelder is bijgezet.

Tegen ‘de rug’ van het priestergraf is een bijzonder monument, gevormd door keitjes, waarop namen staan geschreven en soms een korte tekst, zoals ‘eindelijk een plekje’. Het is een gedenkplaats voor ongedoopte kinderen geworden. Tot de jaren zestig mochten niet gedoopte kinderen niet in gewijde aarde worden begraven; ze waren niet verlost van de erfzonde en kwamen dus niet in de hemel, zo luidde de visie in die tijd. Gelukkig denkt de kerk tegenwoordig beter en de laatste jaren verschijnen op veel katholieke begraafplaatsen herdenkingsmonumenten voor deze kinderen. Ook op onze begraafplaats.

Vanaf de hoofdingang gezien rechts van het priestergraf is de laatste rustplaats vanMaria Montessori. Zij is bekend vanwege de onderwijsmethode die zij ontwikkelde en die thans nog in veel scholen wordt toegepast, zoals in de RK Montessorischool in wijk Boechorst. Zij is afkomstig van Italië, waar ze haar loopbaan in 1896 begon als arts, de eerste vrouwelijke arts in Italië. Werkend in de armste buurten van Rome nam haar carrière een wending. Ze ontwikkelde een onderwijsmethode, waarbij de kern meestal wordt samengevat in de uitspraak: ‘Help mij het zelf te doen’; alle opvoeding is in principe zelfopvoeding (website van Montessorischool). Omstreeks 1934 verliet ze Italië, omdat dictator Mussolini de Montessorischolen liet sluiten. Ze ging in Spanje werken, waar de burgeroorlog in 1936 de oorzaak was van haar komst naar Nederland. In 1952 woonde ze in Noordwijk, waar ze onverwacht is overleden en in stilte begraven. Een sierlijke lage muur in gebogen vorm omgeeft haar graf.

Links van het priestergraf ligt het achthoekige mausoleum van Jacques Urlus, in 1935 op 68 jarige leeftijd overleden. Hij was tenor en werd beroemd in opera’s en als concertzanger, waartoe hij door zijn muzikaliteit, beschaafde voordracht en lyrische stem bij uitstek geschikt was. In het voorjaar van 1900 gaf hij gehoor aan een uitnodiging van Willem Mengelberg om, begeleid door het Concertgebouworkest, de rol van Evangelist te vervullen in de Matthäus-Passion; dit heeft hij daarna tot 1914 ieder jaar gedaan. Vanaf 1903 werd Urlus’ stem, zowel in Europa als in Amerika, op grammofoonplaten vastgelegd, en ook heeft hij later nog voor de radio gezongen (bron: Instituut voor Nederlandse Geschiedenis).

Voor de kapel, aan de linkerkant, liggen enkele rijen oudere graven uit de laatste decennia van de 19e eeuw en de eerste decennia van de 20e eeuw. Ze zijn duidelijk te herkennen aan de grote kruizen op de monumenten. Op een van de graven staat een manshoge engel, die blijkens de inscriptie aan de achterzijde door beeldhouwer C.H. Peeters uit Antwerpen is gemaakt.

Ook is hier een graf van de laatste zusters en een monument ter herinnering aan de zusters uit het Barbaraklooster (1438 – 1573). Ze leefden eerst volgens de Derde-orde van St. Franciscus – in 1446 gingen de zusters over tot de regel van H. Augustinus en werden ze reguliere kanunnikessen. Het klooster was gesticht om ‘een parel om Gods wil te zijn en ter ere van God en zijn gezegende moeder Maria en Sint Catharina, Sint Barbara, Sint Franciscus, Sint Augustinus en al Gods heiligen’. Dit monument is een restant van de muur van het Barbaraklooster.

Achter de kapel begint het jongste gedeelte van de begraafplaats. Hier staan veel moderne grafstenen, waarbij voldoende ruimte wordt gelaten aan een persoonlijke voorkeur van de familie.

Helemaal achter op de begraafplaats is een bijzonder monument. Het is een herinnering aan de Zusters Franciscanessen van Heijthuijzen, die tussen 1922 en 1935 in Noordwijk hebben gewoond en werden verpleegd voor de ziekten, die ze zelf hadden opgelopen bij hun zorg voor de zieken. Uit respect voor de inzet van deze veelal nog jonge vrouwen is op 16 augustus 2007 een passend monument opgericht.